We hebben geen flauw idee

We leven in turbulente tijden. We ventileren meer meningen dan ooit en we denken dat we weten waar we het over hebben. We reageren op iets wat we zien vanaf de buitenkant, zonder te voelen hoe de mensen waar het over gaat zich voelen en zonder dat we ons in dezelfde omstandigheden bevinden. Wat weten we ervan? Op mijn werk heb ik veel te maken met vluchtelingen. Soms zijn het jongens, kinderen nog, meeliftend met de stroom mensen die momenteel huis en haard verlaat. Deze jongens hebben niets meer te verliezen en zijn daardoor in staat gewetenloos te opereren. Het maakt ze simpelweg niet meer uit dat ze hun acties misschien met de dood moeten bekopen. In deze hele grote wereld, hebben ze helemaal niets meer.

Deze week sprak ik een jongen die twee jaar geleden met zijn broertje is gevlucht uit Afghanistan. Gevlucht voor de Taliban, vader en moeder zijn vermoord, omdat ze een afwijkende godsdienst aanhingen. Zijn zus heeft hun reis bekostigd. Ze gingen naar Iran, verder naar Turkije waar het broertje achterbleef in een kamp van het Rode Kruis. De jongen ging verder naar Griekenland, Macedonië, Servië, Kroatië, Oostenrijk, Duitsland en was sinds een half jaar in Nederland.  Hij verbleef in een asielzoekerscentrum waar zijn telefoon werd gestolen, met daarin het telefoonnummer waarop hij zijn broertje in Turkije kon bereiken. Wanhopig is hij nu via het Rode Kruis bezig zijn broertje terug te vinden. En ik heb geen flauw idee hoe dat voelt en zwijg.

Een gezegend mens

17342818_1488238281187399_3097754709681704345_n

“Wij zegenen de muzikanten en de zangers en zangeressen die ons vanavond komen versterken”: een van de aanwezigen bidt hardop. Ik repeteer met de fanfare van een klein dorp in Zuidoost Drenthe. Ik schrijf liedjes, soms in het Drents en soms gaan die een eigen leven leiden. Een van mijn Drentse liedjes werd gearrangeerd voor fanfare en op tournee gestuurd door Drenthe in het kader van het project “Drèentse Liedties op tournee”. Het is de bedoeling dat ik zelf de zangpartij voor mijn rekening neem. Begeleid worden door de fanfare, hoe bijzonder en onverwacht is dat! Onverwacht is ook dat er voorafgaande aan de repetitie een hogere macht wordt aangeroepen om ons te zegenen.

De ontvangst bij de fanfare is warm, alhoewel sommige blazers het tafereel met argusogen aanschouwen. Her en der moet nog wat aan de arrangementen worden geschaafd, maar aan het einde van de repetitieavond is qua vorm en interpretatie wel duidelijk wat er verlangd wordt van vocalisten en koperblazers. Met vertrouwen zien we het optreden tegemoet en voor degenen die hun twijfels hebben is het mogelijk nog een keer te repeteren. Het optreden voor publiek is een feest om mee te maken.

Velen vragen mij waarom ik dit doe. “Jij, met de fanfare, zingen in het Drents?” Ik bedenk het zelf ook niet allemaal van tevoren. Het komt op mijn pad, ik spring in het avontuur en zie dan wel waar en wat het me brengt. Het brengt me altijd bij bijzondere mensen en op bijzondere plaatsen. Het is ook vaak het begin van weer iets anders. Een steen die gaat rollen. Het project is ten einde. Het slotstuk was de uitvoering van de liedjes door een koor met harmonieorkest. Dat kleine liedje dat ik ooit schreef; mijn weemoed over het einde van de zomer, stond voor een ieders neus op bladmuziek. Men speelde of zong de noten van mijn liedje. Vinden wat je niet zoekt blijft voor mij de kers op de taart in het leven. Als de steen niet verder rolt, dan komt er altijd wel weer iemand die hem een zetje geeft.

Lotta, de laatste der Mohikanen

2 juli 2002 – 31 januari 2017

Nog niet zo lang geleden hadden we drie honden. Alle drie op leeftijd. Een verliet ons in 2015, een in 2016 en vorige week vertrok onze laatste bejaarde hond naar de hondenhemel. Jack Russell, Lotta, ruim 14 jaar oud, heeft ons verlaten. Het was geen gemakkelijk type. Ze wilde niet opgetild worden, gromde als je te dicht in haar buurt kwam of haar wilde aaien. Maar ze hoorde erbij met al haar fratsen en bijzondere gedragingen, haar eigen spelletjes en haar manier om te laten zien dat ze bij ons hoorde.  Lot, we zullen je missen.

Het kringloopprincipe

20161126_172601Ik kom graag in de kringloopwinkel. Overtollige kleding en afgedankte prullaria breng ik achter het gebouw bij “afgifte goederen” om vervolgens aan de voorkant de winkel te verlaten met nieuwe spulletjes voor hergebruik; iets voor in de tuin, een retro fotolijstje of een vintage krantenbak. Zo’n winkel heet niet voor niets kringloopwinkel.
Toen er nog een basisschool in ons dorp was, werd er jaarlijks een rommelmarkt georganiseerd. Spul dat je niet gebruikte of waar je vanaf wilde werd opgehaald en op de dag van de rommelmarkt kon je dan weer nieuwe rommel kopen. Als er niks van je gading bij was kocht je iets om de schoolkas te spekken of om het jaar daarna weer mee te geven;  het kringloopprincipe in optima forma.

Een paar weken voor de uitdragerij, was ik kritisch door de kasten gegaan. Wat een jaar niet gebruikt was, ging in de doos voor de rommelmarkt. Borden, glazen, boeken, speelgoed; het ruimde lekker op.
Die zaterdag trok ik langs de kramen met een boodschappentas in de aanslag onder het motto: “waait er niks in, dan waait er niks uit”. Een stapeltje oude schoolboekjes, een schoolplaat en een paar Irish koffieglazen had ik voor een klein prijsje weten te bemachtigen. Tevreden keerde ik met de buit huiswaarts. Ik pakte de spulletjes uit. Eindelijk had ik vier dezelfde Irish koffieglazen, wat een tref! Jammer dat van een van de glazen het voetje beschadigd was, stukje eraf gestoten met afwassen waarschijnlijk.  Bijzonder, want een van mijn oude glazen had dat ook, wist ik. Ik waste de glazen af en zette ze in de kast naast ………….  Er stonden allerlei glazen, maar geen Irish koffieglazen. Niet op de plank eronder en ook niet in de keukenkastjes. Langzaam viel het kwartje. Ik had mijn eigen glazen teruggekocht!

Binnenstebuiten, ondersteboven

Deze week was ik op een congres. Een congres met vakbroeders en -zusters op een mooie locatie, een modern theater in een provinciestad. Er waren goede sprekers met inspirerende verhalen en een markt met interessante uitgevers en bedrijven. Onder de aanwezigen was ook een aantal bekenden. Een docent van de post-hbo opleiding, die ik een paar jaar geleden volgde. Een paar mensen die ik weleens tegenkom op bijscholingen en waar je tijdens de lunch of de koffiepauze mee bijpraat om vervolgens weer je eigen weg te gaan. Uiterst tevreden keerde ik huiswaarts. “Wat heb ik toch een leuk vak”: geniet ik na en ik zak nog wat verder weg in mijn stoel. Tot mijn oog valt op een wit labeltje aan de zijkant van mijn blouse. Ik houd mijn adem in. Het zal toch niet waar zijn? Mijn blik richt zich op de voorkant van mijn blouse. Ik zie naden, veel naden met rafels er aan. In mijn nek voel ik het labeltje aan de buitenkant, met de maat erop waarschijnlijk. Het is echt zo, ik heb de hele dag met mijn blouse binnenstebuiten gelopen.

Ik vervloek de wintertijd en mijn ogen.“Ik zie helemaal niks meer zonder leesbril en dan is het ook nog eens zo belachelijk donker ’s morgens”: mopper ik. Mijn hersenen gaan koortsachtig mijn gangen na. Wie zou het gezien kunnen hebben? Wie zou erop gelet hebben? Let ik zelf op kleding van mensen waarmee ik praat? Waarschijnlijk wel als de rafels erbij hangen. Opgelucht bedenk ik dat ik zeker twee derde van de tijd in een donkere zaal heb gezeten en dat ik wellicht met mijn sjaaltje de aandacht van de labeltjes en rafels heb afgeleid. Gerust ben ik er niet op, maar er valt ook niet veel meer aan te veranderen. Ondersteboven zijn van binnenstebuiten; waarom zou je ook? Er waren maar 800 mensen.

Doug, een Entlebucher dus (4)

Hij is alweer ruim vier maanden, ons feestbeest, Doug.  Dertig centimeter hoog en ruim 14 kilogram zwaar. Wat Dougie in zijn schrandere koppie heeft, heeft hij zeker niet in zijn eigenwijze kont. Dat vraagt geduld en enige vastberadenheid van zijn bazen en van de bejaarde Jack Russell des huizes. Doug heeft de puppycursus bijna afgerond en kan op verzoek zitten, liggen en plat liggen, volgen zonder trekken, wachten en loslaten van een trektouw, maar mist soms de focus. Hij leert gemakkelijk en graag, maar vindt vooral de andere pups machtig interessant. Razendsnel is hij en gespecialiseerd in het onder andere honden doorkruipen. Wie niet groot is, moet slim zijn.

Doug doet dingen, die wij met geen andere hond ooit meemaakten. Hij springt  bijvoorbeeld met vier poten tegelijk op schoot, als je rustig televisie aan het kijken bent. Je schrikt je te pletter.
Socialisatie deel 2, is in volle gang. Doug gaat overal mee naar toe: naar het strand, naar de stad, op visite, naar het bos en hij gedraagt zich voorbeeldig. Hij gaat achterin de bus in de bench of in de autogordel op de achterbank. Doug kijkt erbij alsof hij het al jaren doet. Het was lang geleden dat wij een jonge hond in huis hadden en we waren een beetje vergeten hoe het was. Het is heerlijk en het is feest.

Moestuinmania

img_20160916_005640
Het is oktober, zo langzamerhand nemen we afscheid van het groeiseizoen en keren naar binnen. Wat een prachtige eindsprint had de zomer in petto. Nog altijd is het prachtig weer. In september zaten we ’s avonds nog vaak buiten en waren getuige van de prachtigste zonsondergangen. Het was ook wel wat vervreemdend. Zo vroeg donker en nog zo warm! Acht uur ’s avonds voelde als middernacht hoogzomer. En zo rolden we bijna ongemerkt de herfst in.

Het moestuinjaar was grillig. Het begon laat en kleddernat. Er volgden tijden van droogte maar uiteindelijk ging het groeiseizoen lang door en kon er voortdurend gezaaid en geoogst worden. De sproeier heeft maar een paar keer aangestaan. Ik hoor veel moestuinders klagen over mislukte oogsten vanwege slakken. Natuurlijk hier kwam ook wel eens een slak voorbij, maar mijn moestuin werd vrijwel met rust gelaten. En zo oogstte ik wederom van alles: wortels, uien, bieten, tuinbonen, wortelpeterselie, bladmosterd, aardappels, boerenkool, rucola, knoflook, sla in alle soorten, maten en kleuren, andijvie, paksoi, snijbonen, pompoenen, courgettes, broccoli, koolrabi in paars en groen, kilo’s frambozen, wijnbessen, appels, witlof en dan vergeet ik vast ook nog wel wat.
Verrassingen waren er ook. Zo dacht ik spitskoolplantjes gekocht te hebben, maar dat bleken bloemkoolplantjes te zijn. Ik vond het al zo vreemd dat er geen krop ontstond. Bij terugkeer van vakantie, ontwaarde ik grote witte kolen. Verder was ik in de veronderstelling dat ik zowel snij- als sperziebonen had gelegd. Waarschijnlijk toch een wisseltruc met de zakjes gedaan, want er kwamen alleen maar snijbonen. Ik heb prachtige aardappeltjes geoogst,  geel en rood van binnen, prachtig om te bakken en een feest op je bord. Potten vol courgettes ingemaakt, die gretig aftrek vinden binnen de familie. Jam van bramen, druivensap, appelsap, appeltaart en appelmoes. Er zijn dagen dat aan het nawerk geen eind lijkt te komen. Eigenlijk ben ik niet zo van het bewaren. Invriezen en inmaken doe ik wel, maar het mooiste van de moestuin is om erdoor te lopen net voordat je gaat koken en de groente zo vers mogelijk te gebruiken. Een groter tuingeluk bestaat niet voor mij.