Lotta, de laatste der Mohikanen

2 juli 2002 – 31 januari 2017

Nog niet zo lang geleden hadden we drie honden. Alle drie op leeftijd. Een verliet ons in 2015, een in 2016 en vorige week vertrok onze laatste bejaarde hond naar de hondenhemel. Jack Russell, Lotta, ruim 14 jaar oud, heeft ons verlaten. Het was geen gemakkelijk type. Ze wilde niet opgetild worden, gromde als je te dicht in haar buurt kwam of haar wilde aaien. Maar ze hoorde erbij met al haar fratsen en bijzondere gedragingen, haar eigen spelletjes en haar manier om te laten zien dat ze bij ons hoorde.  Lot, we zullen je missen.

Advertenties

Het kringloopprincipe

20161126_172601Ik kom graag in de kringloopwinkel. Overtollige kleding en afgedankte prullaria breng ik achter het gebouw bij “afgifte goederen” om vervolgens aan de voorkant de winkel te verlaten met nieuwe spulletjes voor hergebruik; iets voor in de tuin, een retro fotolijstje of een vintage krantenbak. Zo’n winkel heet niet voor niets kringloopwinkel.
Toen er nog een basisschool in ons dorp was, werd er jaarlijks een rommelmarkt georganiseerd. Spul dat je niet gebruikte of waar je vanaf wilde werd opgehaald en op de dag van de rommelmarkt kon je dan weer nieuwe rommel kopen. Als er niks van je gading bij was kocht je iets om de schoolkas te spekken of om het jaar daarna weer mee te geven;  het kringloopprincipe in optima forma.

Een paar weken voor de uitdragerij, was ik kritisch door de kasten gegaan. Wat een jaar niet gebruikt was, ging in de doos voor de rommelmarkt. Borden, glazen, boeken, speelgoed; het ruimde lekker op.
Die zaterdag trok ik langs de kramen met een boodschappentas in de aanslag onder het motto: “waait er niks in, dan waait er niks uit”. Een stapeltje oude schoolboekjes, een schoolplaat en een paar Irish koffieglazen had ik voor een klein prijsje weten te bemachtigen. Tevreden keerde ik met de buit huiswaarts. Ik pakte de spulletjes uit. Eindelijk had ik vier dezelfde Irish koffieglazen, wat een tref! Jammer dat van een van de glazen het voetje beschadigd was, stukje eraf gestoten met afwassen waarschijnlijk.  Bijzonder, want een van mijn oude glazen had dat ook, wist ik. Ik waste de glazen af en zette ze in de kast naast ………….  Er stonden allerlei glazen, maar geen Irish koffieglazen. Niet op de plank eronder en ook niet in de keukenkastjes. Langzaam viel het kwartje. Ik had mijn eigen glazen teruggekocht!

Binnenstebuiten, ondersteboven

Deze week was ik op een congres. Een congres met vakbroeders en -zusters op een mooie locatie, een modern theater in een provinciestad. Er waren goede sprekers met inspirerende verhalen en een markt met interessante uitgevers en bedrijven. Onder de aanwezigen was ook een aantal bekenden. Een docent van de post-hbo opleiding, die ik een paar jaar geleden volgde. Een paar mensen die ik weleens tegenkom op bijscholingen en waar je tijdens de lunch of de koffiepauze mee bijpraat om vervolgens weer je eigen weg te gaan. Uiterst tevreden keerde ik huiswaarts. “Wat heb ik toch een leuk vak”: geniet ik na en ik zak nog wat verder weg in mijn stoel. Tot mijn oog valt op een wit labeltje aan de zijkant van mijn blouse. Ik houd mijn adem in. Het zal toch niet waar zijn? Mijn blik richt zich op de voorkant van mijn blouse. Ik zie naden, veel naden met rafels er aan. In mijn nek voel ik het labeltje aan de buitenkant, met de maat erop waarschijnlijk. Het is echt zo, ik heb de hele dag met mijn blouse binnenstebuiten gelopen.

Ik vervloek de wintertijd en mijn ogen.“Ik zie helemaal niks meer zonder leesbril en dan is het ook nog eens zo belachelijk donker ’s morgens”: mopper ik. Mijn hersenen gaan koortsachtig mijn gangen na. Wie zou het gezien kunnen hebben? Wie zou erop gelet hebben? Let ik zelf op kleding van mensen waarmee ik praat? Waarschijnlijk wel als de rafels erbij hangen. Opgelucht bedenk ik dat ik zeker twee derde van de tijd in een donkere zaal heb gezeten en dat ik wellicht met mijn sjaaltje de aandacht van de labeltjes en rafels heb afgeleid. Gerust ben ik er niet op, maar er valt ook niet veel meer aan te veranderen. Ondersteboven zijn van binnenstebuiten; waarom zou je ook? Er waren maar 800 mensen.

Doug, een Entlebucher dus (4)

Hij is alweer ruim vier maanden, ons feestbeest, Doug.  Dertig centimeter hoog en ruim 14 kilogram zwaar. Wat Dougie in zijn schrandere koppie heeft, heeft hij zeker niet in zijn eigenwijze kont. Dat vraagt geduld en enige vastberadenheid van zijn bazen en van de bejaarde Jack Russell des huizes. Doug heeft de puppycursus bijna afgerond en kan op verzoek zitten, liggen en plat liggen, volgen zonder trekken, wachten en loslaten van een trektouw, maar mist soms de focus. Hij leert gemakkelijk en graag, maar vindt vooral de andere pups machtig interessant. Razendsnel is hij en gespecialiseerd in het onder andere honden doorkruipen. Wie niet groot is, moet slim zijn.

Doug doet dingen, die wij met geen andere hond ooit meemaakten. Hij springt  bijvoorbeeld met vier poten tegelijk op schoot, als je rustig televisie aan het kijken bent. Je schrikt je te pletter.
Socialisatie deel 2, is in volle gang. Doug gaat overal mee naar toe: naar het strand, naar de stad, op visite, naar het bos en hij gedraagt zich voorbeeldig. Hij gaat achterin de bus in de bench of in de autogordel op de achterbank. Doug kijkt erbij alsof hij het al jaren doet. Het was lang geleden dat wij een jonge hond in huis hadden en we waren een beetje vergeten hoe het was. Het is heerlijk en het is feest.

Moestuinmania

img_20160916_005640
Het is oktober, zo langzamerhand nemen we afscheid van het groeiseizoen en keren naar binnen. Wat een prachtige eindsprint had de zomer in petto. Nog altijd is het prachtig weer. In september zaten we ’s avonds nog vaak buiten en waren getuige van de prachtigste zonsondergangen. Het was ook wel wat vervreemdend. Zo vroeg donker en nog zo warm! Acht uur ’s avonds voelde als middernacht hoogzomer. En zo rolden we bijna ongemerkt de herfst in.

Het moestuinjaar was grillig. Het begon laat en kleddernat. Er volgden tijden van droogte maar uiteindelijk ging het groeiseizoen lang door en kon er voortdurend gezaaid en geoogst worden. De sproeier heeft maar een paar keer aangestaan. Ik hoor veel moestuinders klagen over mislukte oogsten vanwege slakken. Natuurlijk hier kwam ook wel eens een slak voorbij, maar mijn moestuin werd vrijwel met rust gelaten. En zo oogstte ik wederom van alles: wortels, uien, bieten, tuinbonen, wortelpeterselie, bladmosterd, aardappels, boerenkool, rucola, knoflook, sla in alle soorten, maten en kleuren, andijvie, paksoi, snijbonen, pompoenen, courgettes, broccoli, koolrabi in paars en groen, kilo’s frambozen, wijnbessen, appels, witlof en dan vergeet ik vast ook nog wel wat.
Verrassingen waren er ook. Zo dacht ik spitskoolplantjes gekocht te hebben, maar dat bleken bloemkoolplantjes te zijn. Ik vond het al zo vreemd dat er geen krop ontstond. Bij terugkeer van vakantie, ontwaarde ik grote witte kolen. Verder was ik in de veronderstelling dat ik zowel snij- als sperziebonen had gelegd. Waarschijnlijk toch een wisseltruc met de zakjes gedaan, want er kwamen alleen maar snijbonen. Ik heb prachtige aardappeltjes geoogst,  geel en rood van binnen, prachtig om te bakken en een feest op je bord. Potten vol courgettes ingemaakt, die gretig aftrek vinden binnen de familie. Jam van bramen, druivensap, appelsap, appeltaart en appelmoes. Er zijn dagen dat aan het nawerk geen eind lijkt te komen. Eigenlijk ben ik niet zo van het bewaren. Invriezen en inmaken doe ik wel, maar het mooiste van de moestuin is om erdoor te lopen net voordat je gaat koken en de groente zo vers mogelijk te gebruiken. Een groter tuingeluk bestaat niet voor mij.

 

 

Doug, een Entlebucher dus (3)

 

Vandaag komt er een eind aan onze bezoeken aan kennel van het Waerdseland. We gaan Doug ophalen! Een tas vol spullen gaat mee richting Drenthe; informatie over de vader en moeder van Doug, een knuffel met nestgeur, voer voor de eerste dagen, schema’s die bijgehouden zijn over de groei van de pups, een mooie beker met een foto met de hele familie Entlebucher erop en ook nog een presentje van de Duitse eigenaar van de reu. In de auto valt Doug al snel in slaap op weg naar zijn nieuwe huis.

Een tijd van kennismaken met alledaagse en minder alledaagse dingen breekt aan. Soms kijkt Doug de kat uit de boom en soms wil hij graag wat mentale ondersteuning van zijn baas. Kippen zijn raar en een paard is heel groot, een moestuin blijkt niet aangelegd voor honden en over grind lopen doet zeer aan je poten, dus kun je beter over de stenen lopen die ernaast liggen. Over het algemeen treedt hij nieuwe situaties nieuwsgierig en vol zelfvertrouwen tegemoet. De kennismaking met “de oude dame”, Lotta, zal hem nog lang heugen. De les is: dat er ook hele chagrijnige honden bestaan. Twee nachten wordt er gepiept in het voor Doug afgezette stuk in de hal. Tot de “oude dame” in nacht twee, grommend, in hondentaal te kennen geeft dat ze daar niet van gediend is. De nacht daarna is het over.

In de twee weken die volgen, nemen we Doug overal mee naar toe. We hebben nog vakantie en hebben er tijd voor. We gaan een ijsje eten op een terras, boodschappen doen in de stad, op bezoek bij de buren die een boerderij hebben en naar een cow-clinic, waar hij heel stoer tegen de koeien blaft. Doug “assisteert” bij het bloemen plukken in een pluktuin, schuift aan bij een farm-dinner, waar een Jack Russellteef op slag verliefd op hem wordt en niet meer bij hem weg te slaan is.  We gaan naar het bos en hij gaat mee in de auto naar de andere kant van het land, omdat oma 90 jaar wordt en een feestje geeft, waar hij ook bij mag zijn. Hij gaat in de lift, door de schuifdeuren en slaapt op hoogpolig tapijt bij mijn zus. Doug  vindt het allemaal prima, mits hij af en toe even op schoot in slaap mag vallen.

Er komt een eind aan de vakantie en we pakken het leven van alledag weer op. Doug, krijgt een plek in de werkplaats en leert dat hij daar wel mag komen maar niet mag ravotten. Dat geldt ook voor de woonkamer. Hij heeft het snel door; zijn territorium is de hal en buiten. Doug is nu al een echte buitenhond. Soms ligt hij uren op het straatje te slapen of op de mat bij de ingang van de deur. Zo langzamerhand krijgt hij meer praatjes en is hij zijn grenzen aan het verkennen. We zijn op onze hoede. Als het te stil is, dan kun je beter even gaan kijken. Zo sneuvelde al een klomp en heb ik een paar schoenen nog net kunnen redden. Vanmorgen heeft hij twee jassen van de kapstok getrokken. In een van zijn “gekke”uurtjes, heb je je handen vol aan hem. Hij bijt dan in alles wat los en vast zit, het liefst in je kleren en daar zit dan per ongeluk ook nog wel eens een stukje van je vel bij. De kunst is iets te bedenken dat nog leuker is dan het in je kleren bijten of het gedrag te negeren. De eerste les van de puppycursus werpt ook zijn vruchten af. In korte tijd heeft hij leren zitten en loslaten. En Doug doet het allemaal en loopt rond alsof hij hier al jaren is.

SONY DSC

 

 

Een Entlebucher dus …. (2)

13528622_266869243680212_2251738594184048658_o

Komt er plotsklaps een Entlebucher op ons pad!  Bij het kennismakingsbezoek aan het Waerdseland zijn de pups ruim drie weken. Een blik op de knorrende baby’s en je bent verkocht. In de weken die volgen reizen we nog een viertal keer af naar Noord-Holland en zien we de pups van kleine molletjes uitgroeien tot miniatuur hondjes. Soms zitten we anderhalf uur achter elkaar op een stoel met telkens een ander puppy op schoot. En de familie Apotheker brengt ons kopjes koffie, koekjes en gebak. Even voor het idee; zij hebben 9 pups en dus zeker 9 eigenaren met aanhang, die hier wekenlang op bezoek zullen komen en dan hebben we het nog niet eens over buren en familie die de hondjes vast ook willen zien. De verzorging van de pups op zich is al een klus van jewelste en dan ook nog zo gastvrij zijn. Ik neem er mijn petje voor af. De hondjes maken op een speelse manier kennis met honden, mensen en kinderen. De familie gaat boodschappen doen met de pups in de bolderkar, laat ze aan een lijntje lopen en hun pootjes natmaken in een badje.  Je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt gedaan met de pups. Een betere start kun je ze niet geven.

De dag nadert dat er een keuze gemaakt moet worden. Wie te kiezen? De dikste, de dunste, de langste, de kortste, de gekste? Zeg het maar. De liefste, zijn ze allemaal. Na verloop van tijd blijven drie reutjes op ons lijstje staan en bij ons laatste bezoek strepen we er nog een weg, op basis van vage argumenten. Je moet wat. Onderweg naar huis hebben we het over wat we doen als het geen van beide heren wordt. We willen er eigenlijk niet aan denken. De volgende dag worden we gebeld. Aiko is voor ons! Aiko, die wilden we. We zijn in jubelstemming. Een paar dagen daarna gaan we op vakantie, die we een dagje inkorten om de pup eerder op te kunnen halen.
Tijdens de vakantie blijft Aiko voortdurend door ons hoofd spoken. “Wat zou het leuk zijn voor een hond hier;  jammer dat we geen hond bij ons hebben; wat erg dat we twee weken niet op bezoek kunnen”.
Thuis gekomen, ruimen we de vakantierommel op en maken het huis puppyproef. Doug, zo zullen wij hem gaan noemen, kan komen!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Foto’s zijn afkomstig van de Facebook-pagina van Hera von Saarnberg, de moeder van het A-nest van het Waerdseland.